Heup

Dysplasie van de heup bij kinderen

Meer over Dysplasie van de heup bij kinderen

Dysplasie van de heup bij kinderen

 

Developmental Dysplasia of the Hip (DDH) werd vroeger aangeboren heupluxatie genoemd.
DH is een relatief frequente aandoening, treft ongeveer 1 op 250 baby’s en is dikwijls familiaal gebonden en treft meer meisjes dan jongens.
Bij de geboorte is de heupkop nog niet volledig gevormd. Het is tijdens het eerste levensjaar dat de heupkop zich gaat vormen en de vorm aanneemt van de heupkom waarin hij zich bevindt. Maar bij DDH is deze heupkom te vlak of steil en kan de heupkop eruit glijden.

Symptomen & oorzaken

WAT IS DE OORZAAK VAN DDH ?

De oorzaak is nog niet gekend, maar een zwakte in het gewrichtskapsel dat de heup omvat kan een rol spelen, vnl. bij kinderen waar de twee heupen zijn aangetast.

DDH ontstaat tijdens de ontwikkeling van de heupen in de baarmoeder
Een eerste kind heeft meer kans, waarschijnlijk omdat de baarmoeder minder soepel is.
Kinderen in stuitligging hebben een grotere kans op DDH, ongeacht of de stuitligging tijdens de zwangerschap of bij de geboorte was.
In sommige gezinnen is er een grotere erfelijke kans.

WAT ZIJN DE SYMPTOMEN ?

Meestal is slechts één kant aangetast, meestal de rechter heup.
Kinderen met DDH vertonen meestal geen speciale klachten.
Soms kan één been korter lijken dan het andere.
Asymmetrische huidplooien moeten de aandacht wekken.
Als het kind begint te stappen kan het soms manken en aan de aangetaste kant kunnen de tenen naar binnen wijzen.
Op latere leeftijd kunnen zij heuppijn krijgen.

Terug naar boven

Onderzoeken

HOE STELT MEN DE DIAGNOSE ?

Alle pasgeboren baby’s moeten klinisch getest worden, vooral als zij in stuit lagen.

Bij twijfel worden röntgenfoto’s en een echografie gemaakt.

Terug naar boven

Behandeling

HOE BEHANDELT MEN DDH ?

Dikwijls corrigeert de dysplasie zich spontaan tijdens het eerste levensjaar.
De behandeling wordt best zo snel mogelijk gestart, om verwikkelingen te vermijden.
Het doel is de heup mooi in de heupkom te houden.
Als de afwijking na 2 weken nog aanwezig is dan worden de beentjes gespreid gehouden in kikvorshouding met behulp van een Freyka apparaat (dubbele luier) of een Pavlik harnas om de heupkop mooi in de heupkom te houden gedurende ongeveer 2 à 4 maanden.
Bij oudere kinderen bij wie de diagnose gemist was moet eerst de heupkop in de heupkom geplaatst worden, meestal door de kinderen enkele weken in tractie te leggen en vervolgens in te gipsen met de beentjes in kikvorshouding gedurende enkele maanden.
Soms zal heelkunde noodzakelijk zijn, vooral als de heup uit de heupkom zit en er niet meer in kan gebracht worden via manipulatie van het been.

Terug naar boven

Revalidatie

EVOLUTIE EN GEVOLGEN.

Het is belangrijk dat de diagnose zo snel mogelijk gebeurt, in dat geval zal bij een correcte behandeling de heup volledig normaal evolueren.

Hoe sneller de behandeling, hoe beter het resultaat zal zijn. Indien het kind onmiddellijk behandeld wordt, zal het een normale heup ontwikkelen en geen enkele hinder ondervinden. Bij laattijdige diagnose en behandeling kunnen er permanente klachten ontstaan. (manken, artrose,…)
DDH corrigeert dikwijls spontaan kort na de geboorte.

Terug naar boven

Bijkomende Info

Terug naar boven

U KUNT TERECHT BIJ ONZE EXPERTEN

Dr. Olivier Fabre
Dr. Olivier Fabre
Orthopedisch chirurg
Terug naar boven