Mortonneurinoom

Eén van de zaken die zeer veel pijn in de voorvoet en de tenen kan veroorzaken is een Mortonneurinoom. Dit is een situatie waarbij een zenuw ingekneld geraakt en gaat zwellen op zijn verloop tussen de tenen.

De patiënten hebben meestal een branderige of stekende pijn in de zone van de 3de en de 4de en soms ook de 2de teen. De pijn kan heel hevig zijn en sommige patiënten kunnen de zone tussen 2 tenen heel goed aanwijzen. De pijn is in vele gevallen zeer intens, schietend, soms meer zeurend. De pijn straalt geregeld uit tot in de tenen. De last wordt erger met het dragen van schoeisel. Meestal gaat het beter door te rusten, de schoen te verwijderen en de voet in te masseren. De pijn blijft zich situeren in de voorvoet en straalt niet uit naar de achtervoet of de enkel.

Bij het vermoeden van een Mortonneurinoom worden in eerste instantie conservatieve, niet-operatieve maatregelen genomen.: aanpassen van schoeisel, steunzolen en cortisone-injecties tussen de tenen. Toch gaat men ervan uit dat ongeveer de helft van de patiënten uiteindelijk een operatieve oplossing dient te ondergaan. 80% van deze zenuwzwellingen treden op tussen de 3de en de 4de teen, 20% tussen de 2de en de 3de teen. Tussen de eerste en de 2de en tussen de 4de en de 5de teen komt dit quasi nooit voor.


Zo deze conservatieve maatregelen niet helpen en de diagnose is bevestigd door bijkomende technische onderzoeken, zoals echografie of MRI, kan een operatieve ingreep worden overwogen. Dit is een eerder beperkte operatieve ingreep, die meestal wordt uitgevoerd aan de bovenzijde van de voet, net voor de splitsing van de desbetreffende tenen. Soms, bij herval, wordt de ingreep uitgevoerd van aan de onderzijde van de voet. Tijdens de ingreep wordt de zwelling van het stukje zenuw weggesneden en nadien microscopisch onderzocht. Gezien de zenuw enkel en alleen instaat voor het gevoel tussen de tenen, kan dit zonder belangrijke consequenties gebeuren. De ingreep gebeurt in dagkliniek. Naderhand mag onmiddellijk worden gesteund op een schoen met afgeronde zool die de voorvoet ontlast (zie verder). Indien hechtingen werden gebruikt die niet vanzelf oplossen, dienen deze 2 weken later door de huisarts verwijderd.
Meestal voelt de patiënt onmiddellijk een belangrijke verbetering van de klachten.

Een controle-raadpleging bij de orthopedist volstaat 4 weken nadien en is bij goede evolutie de enige opvolging die noodzakelijk is. Bij deze controle wordt het microscopisch onderzoek tevens besproken.

Terug naar boven Terug naar boven